Onderstaand het artikel van het Eindhovens Dagblad.
15.20 – Australische Labradoodle pups
Het gepiep en gejammer doet het al vermoeden: een hele mand vol puppy’s. Dat is precies waar Anoeska de Bekker mee aankomt. Labradoodles, om specifiek te zijn. Het is tijd voor de laatste check-up van de vijf pups voordat ze naar rhun gastouders en nieuwe huisjes gaan.
Eerste patient: Blossom. De chocoladebruine pup ondergaat het rustig. De stethoscoop van Hommers doet haar niets. “Jij bent helemaal gezond!”, vertelt de dierenarts het beestje als alle tests gedaan zijn.
Het is een drukte van jewelste in de spreekkamer. De pups zijn klein, maar produceren veel vrolijke geluidjes. De een na de ander ondergaat de controle, waarbij ze na goed resultaat op de grond worden gezet om te spelen. “Helemaal goed”, luidt het oordeel als alle pups aan de beurt zijn geweest.
“Anoeska is echt een super fokker”, zegt Hommers. “Geen enkele controle slaat ze over, ze komt altijd en is er echt volledig mee bezig om voor de diertjes te zorgen.” Ze is kind aan huis bij de praktijk. “Voor sterilisaties, castraties, vaccins, controle, ik ben hier denk ik wel twee of drie keer per week”, vertelt ze terwijl ze met een rol papier achter de pups aanloopt. “Ze zijn zindelijk hoor, maar ik denk dat ze het spannend vinden vandaag”, klinkt het met een lach.
De gezondheid van haar pups staat bij De Bekker op nummer 1. “Dan het karakter en daarna het uiterlijk”, zegt ze. Op 5 augustus zijn de pups geboren. Daar heeft Hommers ook bij geholpen, want de beestjes zijn middels een keizersnee ter wereld gekomen. “De helft van het nestje heeft het niet overleefd en voor de overige vier was het ook even kantje boord. Dat hakte er wel flink in hoor”, vertelt ze. De band tussen de diertjes en de dierenarts is dus al vroeg begonnen.
Een pup is iets ouder dan de rest. Die is via een omweg bij De Bekker terechtgekomen. “Maar ze spelen allemaal samen alsof het broertjes en zusjes zijn.” Als de beestjes geboren wordt, slaapt de vrouw drie weken beneden op de bank, vertelt ze. “Dat is fijner voor de moeder en als er iets is ben ik erbij.”
Het fokken is bij haar uit hobby geboren, zegt ze. “Ik was gastouder, heb een trimsalon en geef ook trainingen”, vertelt ze. Eens per jaar organiseert ze een reünie dag voor de pups uit vorige nestjes. “Afgelopen keer waren er dertig doodles. Daar wandelen we dan onder begeleiding mee. Het is gewoon heel leuk om elkaar allemaal weer een keer te zien.”
Voor elk nestje maakt De Bekker een appgroep. “Daar worden foto’s in gedeeld en iedereen houdt elkaar op de hoogte.” Ze vindt het belangrijk bereikbaar te blijven voor nieuwe baasjes. “”Ik doe veel voorzorg, maar vooral ook nazorg. Mensen onderschatten een pup vaak. Ik ben er echt wel meer dan fulltime mee bezig.”
Ondertussen verzameld ze haar pluizige kroost in haar armen om ze daarna een voor een terug in het reismandje te zetten. Met twee handen tilt ze het ding terug de wachtkamer in, waar ze de laatste dingen door spreekt met de assistentes en Hommers. Uit de mand klinkt opnieuw het gepiep waar de vijf pups ook mee binnenkwamen.
“Tot dinsdag!”, zeg ze tegen Hommers als alles is afgesproken. “Dan kom ik het rabies en de 12 weken vaccins halen!”



